De Duitse troepen bezetten sinds de inval van 4 augustus 1914 steeds meer land. In oktober besliste het Belgische leger de linkeroever van de IJzer als laatste verdedigingslijn te houden. De 'Slag aan de IJzer' barstte op 18 oktober 1914 los. Op 20 oktober was enkel Diksmuide op de oostelijke IJzeroever nog niet in Duitse handen gevallen.
In de nacht van 21 op 22 oktober staken de Duitsers ongemerkt de IJzer over bij Tervaete, hier 4 kilometer noordwaarts. Ze timmerden een brug over de IJzer, richtten een bruggenhoofd in en installeerden hun mitrailleurs in de veroverde voorposten, boerderijen en het gehucht Tervaete.
De Duitsers staken de volgende dagen massaal de IJzer over en verdreven de Belgen tot achter de spoorwegbedding Diksmuide-Nieuwpoort. Geleidelijk veroverden zij ook de IJzerdijk in zuidelijke richting, tot aan deze Petroleumtanks.
Door de onderwaterzetting van de IJzervlakte van eind oktober 1914 moesten de Duitse troepen hun opmars stoppen en heel wat stellingen ten westen van de IJzer verlaten.
De Petroleumtanks bleven echter al die tijd in handen van de Duitsers. De karkassen van de twee reservoirs, voor de oorlog opslagplaatsen voor lampenolie, domineerden de vlakte. Ze boden een strategisch uitzichtpunt en een vaste plaats voor Duitse machinegeweren die zich op de Dodengang richtten. Ze werden in mei 1915 bijna heroverd door de Belgen, die zich net als de Duitsers een weg groeven in de IJzerdijk, naar elkaar toe. Uiteindelijk werden de bunker vlakbij de Dodengang, het zogeheten Duitse sappenhoofd, en de Muizenval, het Belgische sappenhoofd van de Dodengang, voor beiden het verste punt, met daartussen een dijkbreuk van 50 meter breed.
Indices supplémentaires
Vous devez être connecté pour consulter les indices supplémentaires